Trombosezorg

De trombosedienst van SALT begeleidt haar cliënten bij het gebruik van de antistollingsmedicijnen waaronder acenocoumarol of fenprocoumon.
De trombosedienst is verantwoordelijk voor het geven van antistollingsadviezen conform de eisen van de Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT). Met behulp van 4 doseeradviseurs en 1 doseerarts wordt aan de hand van de INR de hoogte en de duur van de medicatie bepaald. Tevens draagt de afdeling zorg voor een constante informatiestroom aan cliënten.

Bij trombose is er sprake van een bloedstolsel in de bloedbaan. Dit stolsel kan zorgen voor een vernauwing of afsluiting van een bloedvat. Door deze vernauwing of afsluiting kan o.a. een TIA of trombosebeen ontstaan. Trombose kan spontaan optreden maar er zijn ook bepaalde ziekten of omstandigheden waarbij de kans op het krijgen van trombose groter is zoals hartritmestoornissen, langdurige bedrust of immobiliteit. Voor een goede gezondheid is het belangrijk om deze aandoening te behandelen.

De behandelend arts stelt de indicatie voor de antistollingsbehandeling en verwijst de patiënt naar de trombosedienst via een aanmeldingsformulier. Dit formulier bevat algemene en medische gegevens en is ondertekend door de behandelend arts.

Medewerkers van de trombosedienst verzorgen de bloedafname voor bepaling van de INR-waarde (International Normalized Ratio). De bepaling van de INR wordt in een laboratorium uitgevoerd. De dosering wordt vastgesteld op geleide van de INR en aanvullende belangrijke medische gegevens. De patiënt ontvangt na iedere controle de dosering en de nieuwe controledatum.

Voor het bepalen van de INR-waarde wordt gebruikt gemaakt van de de vingerprik; met een klein prikje in de vinger en slechts één druppel bloed wordt uw stollingswaarde bepaald. De uitslag is kort daarna beschikbaar waardoor er snel geanticipeerd kan worden op uw INR-uitslag. In slechts enkele gevallen kan een veneuze afname alsnog noodzakelijk blijken te zijn.

Uitwisseling medische informatie

De medewerkers van de trombosedienst informeren de patiënt over het gebruik van de antistollingsmedicijnen. De patiënt wordt gevraagd de trombosedienst op de hoogte te stellen over zaken die van invloed kunnen zijn op de antistolling (wijziging medicatie, ziekte, ziekenhuisopname, ingrepen, bloedingen etc.).

• Neem de tabletten in op een vast tijdstip bij de avondmaaltijd.
• Haal tijdig een recept bij uw arts voor nieuwe tabletten.
• Bij problemen en/of acute veranderingen die van invloed kunnen zijn op de dosering, is het nodig de trombosedienst te bellen. De dosering kan indien nodig worden aangepast.
• Buiten kantoortijd en in het weekend kunt u bij dringende gevallen telefonisch contact opnemen met de trombosedienst op telefoonnummer 088 9100 100. Waarschuw buiten kantoortijd in acute situaties altijd eerst de zorgverlener.
• Alle niet acute veranderingen kunt u doorgegeven tijdens de bloedafname en op de gele kaart.
• Druk na de bloedafname het prikwondje met gestrekte arm 3 tot 5 minuten goed dicht.

Belangrijke informatie doorgeven aan SALT en zorgverleners

Het goed instellen van uw bloedstolling gebeurt aan de hand van uw stollingstijd die wordt aangeduid als INR waarde. Op basis van deze INR waarde kan de dosering van uw medicijnen aangepast worden. Een aantal factoren kunnen de instelling negatief beïnvloeden. Het is belangrijk dat u dan contact met ons opneemt.

Wilt u zo spoedig mogelijk onze trombosedienst informeren:

• bij bloed in urine, ontlasting, braaksel of bij het hoesten. Waarschuw ook uw zorgverlener!
• bij zwarte ontlasting. Waarschuw ook uw zorgverlener!
• bij blauwe plekken groter dan 10 cm of bij veel blauwe plekken
• bij koorts boven de 39 graden gedurende meer dan 2 dagen
• bij ernstige diarree of meer dan 3 keer per dag braken
• bij braken binnen een kwartier na inname van de tabletten. De volgende ochtend SALT bellen!
• wanneer de anti-stollingsmedicatie niet volgens het doseerschema is ingenomen
• op het moment dat u zwanger bent of zwanger wilt worden

Wilt u onze trombosedienst ruim van tevoren informeren:

• bij veranderingen in medicijngebruik (zowel starten als stoppen)
• bij een poliklinische ingreep, hartkatheterisatie of cardioversie
• bij opname/dagopname in het ziekenhuis. Geef de datum door, de naam van het ziekenhuis, de ingreep en of u op advies van uw specialist moet stoppen of door moet gaan met het gebruik van uw anti-stollingsmedicatie
• bij een ingreep door een tandarts of kaakchirurg. Geef de datum door en of de tandarts en/of kaakchirurg het ACTA protocol volgen. Zo niet, geef dan door of u op advies van de tandarts en/of kaakchirurg moet stoppen of door moet gaan met het gebruik van uw anti-stollingsindicatie
• bij een bezoek aan de mondhygiëniste. U hoeft alleen de datum door te geven
• bij een wijziging van uw adres, telefoonnummer, ziektekostenverzekering, huisarts, of apotheek
• bij een wijziging in de dosering van antistollingsmiddelen op advies van anderen dan SALT (bijvoorbeeld door uw huisarts, het ziekenhuis, u zelf of tijdens uw vakantie)

Informatie geven aan andere zorgverleners

Wanneer u anti-stollingsmedicatie gebruikt is het aan te raden dit te melden aan uw zorgverlener, bijvoorbeeld uw huisarts, tandarts, mondhygiënist of specialist. Wilt u dat in ieder geval doen:
• wanneer er andere medicijnen worden voorgeschreven
• bij elke opname in het ziekenhuis
• bij een operatie of een andere (poli)klinische ingreep
• bij het laten trekken van tanden of kiezen

Cliënten kunnen buiten kantoortijden op de volgende tijden contact opnemen met de trombosedienst van SALT:

Dagelijks (ook op zon- en feestdagen) tussen 17.00 – 18.00 uur op telefoonnummer: 06 – 51 59 58 35.

Buiten bovengenoemde tijden kan de voicemail worden ingesproken.
In noodgevallen dient de cliënt contact op te nemen met de regionale Huisartsenpost.

Het Digitaal Logboek geeft u als cliënt toegang tot uw elektronische dossier. Het is door uw zorgverlener ter beschikking gesteld en voldoet aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). Meer informatie is te verkrijgen bij uw zorgverlener.

Klik hier voor het digitaal logboek

Klik hier voor de handleiding van het digitaal logboek

Op het doseerschema staan naast uw persoonsgegevens, de INR-waarde, de streefwaarde, het antistollingsmedicijn dat u slikt en de dosering. Ook staat de datum voor de eerstvolgende bloedafname vermeld.
Op de onderste helft kunt u bijzonderheden vermelden. De bloedafname medewerker zal deze bijzonderheden altijd met u bespreken bij de bloedafname.
Wij raden u aan uw oude doseerschema weg te gooien, wanneer u een nieuwe heeft ontvangen. Zo voorkomt u vergissingen bij het innemen.

Geen nieuw doseerschema ontvangen?

Een enkele keer kan het gebeuren dat u uw nieuwe doseerschema niet op tijd ontvangt. In dit geval kunt u contact met ons opnemen op telefoonnummer 088 – 9 100 100.

Tevens is het mogelijk om uw laatste doseerschema online in te zien. U heeft hiervoor een e-mail adres voor nodig. Een wachtwoord krijgt u van ons toegezonden.

Hoe werkt de vingerprik methode?

Voor de (her)controle, bij u thuis of op een poli, zal de SALT medewerker bloed bij u afnemen door middel van de vingerprikmethode.

Dit proces gaat als volgt:

• De SALT medewerker scant de barcode, welke op uw doseerbrief staat, met de Coaguchek Pro om uw persoonsgegevens te koppelen aan de INR uitslag.
• De SALT medewerker geeft een prikje in uw vinger.
• Op het stripje dat is aangebracht in het meetapparaat, wordt een druppel bloed aangebracht. Dit apparaat, de Coaguchek XS-PRO, geeft een geluidsignaal zodra de meting succesvol is verlopen.
• De SALT medewerker zal uw INR waarde inlezen in de Helpline Trombose App op de telefoon en zo nodig aanvullende informatie vragen, zoals veranderingen in uw medicatie of bijvoorbeeld een geplande ingreep. Is dit bij u aan de orde, en heeft u correspondentie hiervan? Bespreekt u dit dan met de SALT medewerker.

In enkele gevallen kan een veneuze afname alsnog noodzakelijk blijken te zijn. Dit zal de SALT medewerker met u bespreken indien dit aan de orde is.

Nadat de meting succesvol is afgerond worden al uw gegevens inclusief INR-uitslag direct verstuurd naar de SALT trombosedienst vanaf de telefoon.

De doseerarts kan, zodra de benodigde informatie is ontvangen, uw dosering bepalen. U kunt deze dosering dezelfde avond al online bekijken en u ontvangt de doseerbrief de volgende dag per post.

Uw doseerbrief online inzien?

SALT biedt u de mogelijkheid om uw doseerbrief online in te zien.

Met deze mogelijkheid kunt u eerder, namelijk al op de dag van de (her)controle, uw doseeradvies inzien en hoeft u niet meer de doseerbrief per post af te wachten. De doseerbrief per post blijft u overigens evengoed ontvangen naast de online mogelijkheid.

Wilt u uw account activeren? Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar trombosedienst@salt.nl

U ontvangt vervolgens een bevestigingsmail van ons met daarin aanvullende informatie en uw persoonlijke inloggegevens.
Klik hier voor het digitaal logboek.

Antistolling in combinatie met gebruik van andere medicatie

Veel medicijnen kunnen de werking van antistollingsmiddelen beïnvloeden. Een aantal medicijnen versterkt het effect van de antistollingsmiddelen, terwijl juist andere het effect verminderen.

Daarnaast zijn er ook geneesmiddelen die nooit met antistollingsmiddelen mogen worden gebruikt.

Ook kan ziekte (bv. koorts, diarree), waarvoor het medicijn gegeven wordt de antistollingsbehandeling ontregelen. Daarom is het noodzakelijk dat u de trombosedienst op de hoogte stelt van het starten en staken van alle geneesmiddelen die u gebruikt. Bij het starten van een medicijn dat invloed heeft op de antistolling zal hercontrole datum worden aangepast en eventueel een nieuw doseerschema worden aangemaakt. Indien u medicijnen zonder recept koopt, dient u te informeren of ze samen met antistollingsmiddelen kunnen worden gebruikt.
Neem nooit op eigen initiatief andere medicijnen in. Ook geen “onschuldige” huis- tuin- en keukenmiddelen, zoals hoestdrank, vitaminepreparaten, laxeermiddelen of kruidenmiddelen. En zeker geen aspirine of andere pijnstillers. Wilt u toch iets innemen tegen koorts of pijn, neem dan alléén paracetamol. Ook het stoppen met bepaalde medicijnen kan invloed hebben. Meld dus ook bij de trombosedienst wanneer u stopt met ander medicatie, daar extra controle noodzakelijk kan zijn.
De apotheek meldt over het algemeen te allen tijde de trombosedienst wanneer er medicatie aan u wordt verstrekt die van invloed zijn op de antistollingsmedicatie. Wanneer deze melding bij ons binnenkomt, nemen wij direct telefonisch contact met u op.

Deze medicatie absoluut NIET gebruiken ZONDER overleg met de trombosedienst Deze medicijnen mag u WEL gebruiken ZONDER te overleggen
Aspirine en meer dan 100 milligram acetylsalicylzuur bevattende medicijnen Paracetamol (maximaal 5 x 500 milligram per dag)
Pijnstiller waar ibuprofen, diclofenac of naproxen in zit (bv.Nurofen, Advil, Brufen, Voltaren, Aleve) (Huis)middelen, homeopathische middelen, voedings- supplementen mits ze geen vitamine K* bevatten
Sint Janskruid (hypericum)
Voedingssupplementen en multivitamines waarin vitamine K* zit
Davitamon D + K*
Homeopatische middelen met vitamine K* of waarvan de bijsluiter vermeldt dat gebruik de stolling beïnvloedt.
Medicatie via internet besteld
Medicatie bij (voet)schimmelinfecties, bijvoorbeeld Daktarinzalf en Dermacurezalf

Tijdens de vakantie kan het soms nodig zijn uw INR-waarde bij een ander laboratorium te laten controleren. U kunt daarvoor bij alle trombosediensten in Nederland terecht. Om erachter te komen waar de dichtstbijzijnde trombosedienst ligt, kunt u informatie inwinnen bij onze trombosedienst en anders kunt u terecht op trombosestichting.nl U krijgt van ons een ‘vakantiebrief’ in de taal van het land van bestemming, met de doseringen, de reden van antistolling en de laatste INR waarden. U kunt met deze gegevens altijd worden geholpen op andere plekken in binnen- of buitenland.

In het buitenland

Bij het reizen naar het buitenland is ook de medische voorbereiding belangrijk. In de meeste landen zijn de voorzieningen over het algemeen goed en kunt u terecht bij ziekenhuizen en laboratoria voor het bepalen van de INR-waarde en waarbij mogelijk een doseringsadvies wordt afgegeven. U kunt ook vanuit het buitenland de gevonden INR doorbellen of faxen aan uw Trombosedienst in Nederland. Uw eigen Trombosedienst geeft u dan een doseringsadvies. Indien u voor dit laatste kiest is het noodzakelijk dit tevoren met uw Trombosedienst te overleggen. Soms is het mogelijk om uw doseerschema over uw vakantie heen te tillen, wanneer u tijdig aan ons doorgeeft wanneer u op vakantie gaat. Voor een aantal landen zijn vaccinaties en malariapillen nodig. Wij raden u ten zeerste aan om uw reisadvies in te winnen bij de trombosedienst, een tropen vaccinatiecentrum (GGD) of bij uw huisarts. Geef altijd aan dat u bloedverdunners gebruikt.

Wanneer u langer dan 6 maanden bloedverdunners moet gebruiken, kunt u in aanmerking komen voor zelfmanagement. Dit betekent dat u zelf in staat bent de INR en de dosering te bepalen. Vooral tijdens de vakantie kan dit heel praktisch zijn. U kunt met onze trombosedienst overleggen of u daarvoor in aanmerking zou kunnen komen.

Wat  is een antistollingspas?

Wat is een antistollingspas?
Wanneer u bloedverdunners gebruikt, kunt u via het aanvraagformulier op de website van de Trombosestichting Nederland een gratis Antistollingspas aanvragen.
Met de Antistollingspas kunt u overal laten zien dat u bloedverdunners gebruikt, bijvoorbeeld bij behandelend specialist, apotheek, drogist, tandarts, pedicure, GGD i.v.m. vaccinaties, etc. Dit is belangrijk, want met de gegevens op uw Antistollingspas kunnen uw behandelaars beter inspelen op uw medische situatie. Dit verkleint de kans op vervelende gevolgen van uw bloedverdunner gebruik.

Wij raden u aan uw Antistollingspas altijd bij u te dragen. Bijvoorbeeld bij uw rijbewijs of identiteitsbewijs. Ook in geval van nood kunnen uw artsen dan altijd zien dat u bloedverdunners gebruikt.

De Antistollingspas heeft het formaat van een creditcard met daarop informatie als:

• uw persoonlijke gegevens
• de bloedverdunner(s) die u gebruikt
• contactgegevens van uw trombosedienst of zorgverlener
• een telefoonnummer in geval van nood
De informatie op de pas is ook in het Engels vertaald.

Klik hier voor het aanvragen van de Antistollingspas.

Zelfmeten

Bezoekt u regelmatig de trombosedienst?

SALT wijst u graag op de voordelen van zelfmeten en wellicht is het voor u ook mogelijk om zelf uw INR (stollingswaarden) te meten.
Heeft u weleens overwogen om zelf de INR waarde te meten? Met zelfmeten
kunt u zelf, op elk gewenst moment, uw INR meten en bent u voor het prikken niet meer afhankelijk van de trombosedienst.
Dit geeft u vrijheid, en toch zekerheid hoe het met uw stollingswaarden is gesteld.

Bekijkt u hieronder de informatiefilm:

Wilt u ook meer vrijheid door zelf te meten? Zelfmeten heeft vele voordelen.

• Vrijheid: u kunt zelf meten, overal en op elk gewenst moment.
• Minder belastend: zelfmeten met één simpele vingerprik, dat is minder belastend dan bloed afnemen uit uw arm.
• Eenvoudig: zelfmeten is makkelijk en snel.
• Vertrouwd: zelfmeten is veilig met de deskundige begeleiding van uw trombosedienst.
• Vergoeding: zelfmeten zit in het basispakket van uw zorgverzekeraar. Raadpleeg uw zorgverzekeraar voor meer informatie.

Zelfmeten is eenvoudig en wordt al heel veel toegepast. In Nederland zijn er al >70.000 patiënten die zelf hun INR
meten.
De Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT) heeft per oktober 2016 de richtlijnen aangepast, waardoor iedereen zich hiervoor kan aanmelden.

De meter is betrouwbaar en gebruiksvriendelijk. Na een korte cursus krijgt u een meter in bruikleen. Omdat de
trombosedienst van SALT met u meekijkt, bent u altijd zeker van deskundige begeleiding.

Het enige dat u nodig heeft, is een e-mailadres en een computer of tablet met internetverbinding om de uitslag via onze website door te geven.
Tevens kunt u online uw doseerschema raadplegen.

U komt nog slechts 2 keer per jaar voor controle bij SALT. En mocht er iets in uw persoonlijke situatie veranderen, dan kunt u altijd terug naar de reguliere trombosezorg.

Voordat u zelf gaat meten krijgt u van ons een persoonlijke cursus en kunt u gedurende een bepaalde periode oefenen.
Pas als u zich vertrouwd voelt bij het zelfmeten en de cursus hebt afgerond gaat u zelfstandig aan de slag.

De cursus omvat het volgende:

• U bepaalt uw INR en u doseert zelf of de trombosedienst doseert.
• U leert tijdens de persoonlijke cursus om te gaan met de Coaguchek en uzelf te prikken.
• U komt vervolgens 2 x terug om te kijken of u de informatie, welke u heeft gekregen, beheerst.
• U krijgt informatie over de antistollingsbehandeling.
• U krijgt instructies van gekwalificeerd personeel.
• Als u de cursus met succes heeft afgerond komt u 2 x per jaar op locatie voor een periodieke controle.
• De cursus vindt plaats in Koog a/d Zaan of Purmerend.

De kosten van het zelfmeten worden vergoed door uw zorgverzekeraar. Deze vallen onder de basisverzekering van uw zorgverzekering, maar gaan wél ten laste van uw eigen risico. Dit geldt voor alle zorgverzekeraars. De kosten worden door SALT Trombosezorg rechtstreeks met uw zorgverzekeraar geregeld, daar hoeft u zelf niets voor te doen. Met elke zorgverzekeraar kunt u afspreken om uw wettelijke eigen risico gespreid te betalen. Neemt u hiervoor ook contact op met uw zorgverzekeraar.
Voor de exacte kosten voor zelfmeten adviseren wij u om contact op te nemen met uw eigen zorgverzekeraar.

De kans is groot dat zelfmeten ook iets voor u is.
Heeft u interesse en wilt u meer weten over de mogelijkheden?
Meld u zich dan vrijblijvend aan door een e-mail te sturen naar zelfmeet@salt.nl of neem telefonisch contact met ons op: 088 – 9 100 100.

Ook als u naar aanleiding van de informatie op deze pagina nog vragen heeft horen wij dat graag.

Zwangerschap en trombose

Antistollingsmiddelen zoals acenocoumarol en fenprocoumon kunnen via de placenta het kind bereiken en aangeboren afwijkingen veroorzaken. Dat geldt met name tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap. Daarna is dit risico veel kleiner.
Bij zwangerschapswens moet u contact opnemen met uw huisarts, specialist en de trombosedienst. In onderling overleg kan het beste beleid worden vastgesteld.
Zodra u over tijd bent, moet een zwangerschapstest worden gedaan om een eventuele zwangerschap vast te stellen. Bij zwangerschap moet de antistollingsmedicatie worden gestopt en moet de antistolling worden geregeld met heparine of LMWH.

Het is verstandig een ongewenste of onverwachte zwangerschap te voorkomen als u antistolling gebruikt. Mocht u tijdens antistollingsbehandeling toch onverwacht zwanger zijn geworden, dan moet u in ieder geval direct stoppen met fenprocoumon of acenocoumarol en contact opnemen met uw huisarts, specialist en trombosedienst.
Verder kan hetzelfde beleid als hierboven beschreven worden gevolgd.

Als u tijdens een zwangerschap trombose krijgt of om een andere reden antistollingsmiddelen moet gebruiken overleg dan goed met uw arts. Dezelfde uitgangspunten als hierboven aangegeven gelden ook dan.