1500 v. Chr. - Diabetes duikt al op in oude geschriften uit India, Egypte en Griekenland. Het zijn beschrijvingen van mensen die lijden aan een geheimzinnige ziekte waardoor hun lichaam wegteert. Het valt op dat mieren en bijen afkomen op de zoete urine van de zieken. Men probeert van alles om de mensen te helpen: van kruidendrankjes, honing en wijn tot aderlaten. Niets helpt.
250 - 150 v. Chr. - De Griekse arts Apollonius van Memphis bedenkt de naam 'diabetes'. Het betekent letterlijk 'doorstroming', want het lijkt erop dat de patiënten meer vocht verliezen dan ze kunnen drinken. Men denkt zelfs dat hun lichaam langzaam wegsmelt. Vanwege de zoete urine wordt de naam later uitgebreid tot 'diabetes mellitus': honingzoete doorstroming.
Ca. 1000 - Artsen in de hele wereld kennen diabetes, maar weten nog steeds niet wat ze eraan kunnen doen. Patiënten in Griekenland krijgen het advies veel paard te rijden om minder te hoeven plassen. In Europa probeert men het met aderlatingen en opium. Of met zoveel mogelijk eten, waardoor het verlies van lichaamsgewicht en vocht wordt tegengegaan.
Ca. 1800 - De geleerden John Rollo en Claude Bernard ontdekken dat diabetespatiënten niet alleen teveel suiker in hun urine hebben, maar ook in hun bloed. Ze ontdekken ook dat diabetes te maken heeft met de glucosehuishouding. Kort daarna beschrijft de onderzoeker Traube hoe het eten van koolhydraten invloed heeft op de bloedsuikerspiegel.
1869 - Een Duitse student, Paul Langerhans, ontdekt dat er clusters cellen in de pancreas (alvleesklier) zitten die een stof uitscheiden die anders is dan de spijsverteringsstoffen waar de pancreas ook voor zorgt. Hun functie was op dat moment niet duidelijk. Later bleken dit de groepjes cellen te zijn die het hormoon insuline produceren. De ronde vorm inspireerde tot de term ‘eilandjes’, een paar jaar later vernoemd naar hun ontdekker: eilandjes van Langerhans. Insuline is afgeleid van het Latijnse woord voor eiland: insula.
1889 - Oskar Minkowski en Joseph von Mering in Frankrijk, ontdekken dat als ze de pancreas van een hond verwijderen, deze dan diabetes krijgt. Voor het eerst is duidelijk dat diabetes een ziekte van de alvleesklier is. Behandeling is niet mogelijk, men zet patiënten op een dieet van zo min mogelijk eten, net genoeg om niet te verhongeren, om glucosepieken in het bloed te vermijden.
1921 - Insuline wordt ‘ontdekt’, door de Canadees Frederick Banting samen met zijn collega’s Best, Collip en Macleod. In 1923 ontvingen zij hiervoor de Nobelprijs. In 1922 behandelde Banting voor het eerst een mens met insuline, een 14-jarige jongen met type 1 diabetes. Hij leefde nog dertien jaar voor hij stief aan longontsteking. Voor het eerst in de geschiedenis was het mogelijk om diabetes te behandelen, dat wil zeggen: niet genezen, maar voorkomen dat iemand in korte tijd aan type 1 diabetes sterft. Insuline die door Banting werd gebruikt, was aanvankelijk een ‘extract’ uit een donorpancreas. In feite ontdekte pas in de jaren vijftig de wetenschapper Sanger de exacte samenstelling van insuline. Tot de jaren tachtig gebruikten diabetespatiënten nog insuline van runderen en varkens.
Jaren 40 - Het verband tussen diabetes en het ontstaan van complicaties (zoals hart- en vaatziekten, nier-, zenuw en oogaandoeningen) wordt ontdekt.
1944 - De standaard insuline-injectiespuit wordt ontwikkeld, waarmee een meer gelijke behandeling van diabetes mogelijk is. Inmiddels is de levensverwachting met diabetes in de voorgaande vijftig jaar drastisch gestegen: in 1897 was die voor een tienjarig kind met type 1 diabetes nog ca. 1,3 jaar, in 1944 was dat 45 jaar. Heden ten dage is de levensverwachting van mensen met diabetes verder gestegen, maar is nog steeds gemiddeld tien jaar korter dan van mensen zonder diabetes.
1948 - De Amerikaanse wetenschapper Elliot P. Joslin uit voor het eerst het vermoeden dat er minstens zoveel mensen zijn met diabetes die het nog niet weten als die het wel weten, de ‘onbekende diabeet’. Hij sprak ook het vermoeden uit dat niet alle mysteries van diabetes zijn op te lossen met insuline. Anno 2004 blijkt hij volkomen gelijk te hebben! Een medestander vond hij in de Nederlandse toonaangevende onderzoeker Fritz Gerritzen, die internationaal veel discussie ontketent met zijn opvatting dat een scherpe afstelling met insuline niet altijd latere complicaties kan voorkomen.
1950 - Medicijnen werden uitgevonden die de eilandjes van Langerhans stimuleren tot het afscheiden van insuline. Dat is belangrijk voor mensen wiens pancreas te weinig insuline produceert. Het werkt uiteraard niet bij mensen die wel genoeg produceren maar bij wie het lichaam er niet meer goed op reageert. Het kan ook niet werken bij mensen met type 1 diabetes, want die hebben geen eilandjes meer. Het verschil tussen die typen kende men nog niet, wat men wel constateerde was dat het bij de een wel werkte en bij de ander niet.
1955 - Bloedglucoseverlagende tabletten worden geïntroduceerd. Voor het eerst bestaat er een middel om type 2 diabetes te behandelen zonder meteen insuline te hoeven spuiten.
1959 - Het onderscheid tussen type 1 diabetes en type 2 diabetes wordt beschreven. Beide typen worden gekenmerkt door te hoge bloedglucosegehaltes, maar bij type 1 komt dat doordat het lichaam helemaal geen insuline aanmaakt, bij type 2 doordat het lichaam te weinig insuline aanmaakt, of het is ongevoelig geworden voor insuline. In de jaren 90 wordt pas echt duidelijk dat het verschil zelfs nog groter is: type 2 diabetes is veel complexer dan type 1 diabetes, er spelen talloze andere stofwisselingsproblemen een rol. Het onderscheid in type 1 en 2 is essentieel omdat de behandeling ervan verschillend is. Ook zwangerschapsdiabetes wordt herkend, als een tijdelijke vorm van type 2 diabetes.
1960 - in de Verenigde Staten wordt de eerste insulinepomp gemaakt. Hij werd op de rug gedragen en had het formaat van een flinke rugzak. Een belangrijke uitvinding omdat het een veilige therapievorm was voor mensen met type 1 diabetes en ze hoefden niet meer zelf zelf enkele malen per dag insuline te injecteren. De pomp geeft geleidelijk via een naaldje insuline af. Dat benadert beter de natuurlijke manier van insuline afgifte door het lichaam, waardoor er minder schommelingen in de bloedglucosespiegel zijn. Pas begin jaren tachtig was de pomp zover ontwikkeld en getest dat hij standaard als alternatieve therapie bij type 1 diabetes mogelijk is. Nu gebruikt een aanzienlijk deel van mensen met type 1 diabetes een insulinepomp, en heeft hij het formaat van een kleine walkman.
Jaren 60 - insuline kan beter worden gezuiverd (het is nog steeds van dieren afkomstig). De Amerikaanse Helen Mae Murray ontwikkelt testjes waarmee mensen thuis zelf de suikerwaarde in hun urine kunnen aflezen met behulp van kleurenstrips. Een hele grove meetmethode, maar mensen kregen daarmee veel meer vrijheid en mogelijkheden om zichzelf te behandelen in plaats van afhankelijk te zijn van arts en een laboratorium.
1962 - Amerikaanse onderzoekers ontdekken dat bepaalde bevolkingsgroepen meer kans hebben om type 2 diabetes te ontwikkelen dan andere. Bij een bepaalde Indianenstam bijvoorbeeld krijgt de helft van de volwassenen type 2 diabetes. Het idee is dat er specifieke genen voor verantwoordelijk zijn. Veertig jaar hierna tonen Nederlandse onderzoekers aan dat Hindostanen een veertig keer zo grote kans hebben op nierziekte bij type 2 diabetes dan gemiddelde diabetespatiënten van andere afkomst. Dit kan aanleiding zijn om behandelingen aan te passen en gerichte voorlichting over nierproblemen aan deze bevolkingsgroep.
1966 - Eerste pancreastransplantatie wordt uitgevoerd, in Canada. In feite is dit een manier om type 1 diabetes te ‘genezen’. Bij dit type diabetes is het probleem immers relatief eenvoudig: de pancreas maakt geen insuline meer aan doordat het eigen afweersysteem de eigen eilandjes van Langerhans heeft vernietigd. Nadeel van de transplantatie is tot op heden dat er zeer zware medicijnen moeten worden geslikt om afstoting van het donororgaan te voorkomen. De bijwerkingen van die middelen zijn vaak erger dan diabetes. Tot op heden zijn er in de wereld meer dan 20.000 pancreastransplantaties uitgevoerd. Het succes van de operatie ligt inmiddels op 95%.
1978 - Manieren om zelf je bloedglucose te kunnen meten en de dagelijkse behandeling met insuline daarop af te stemmen. Belangrijk voor iemands flexibiliteit maar ook voor de kwaliteit van de behandeling. Er werd geadviseerd om een aantal keer per dag te controleren om de hoeveelheid benodigde insuline precies te kunnen bepalen.
Jaren 80 - onderzoek naar type 1 diabetes en zwangerschap liet zien hoe belangrijk het was dat de zwangere al vanaf het allereerste begin, in feite al vóór de conceptie, een goede instelling had (dus optimale glucosespiegels). Dat verkleinde de kans op afwijkingen en vroeggeboorten enorm. Nu daar extra aandacht aan wordt besteed, is het aantal problemen met zwangerschap en baby’s aanzienlijk gedaald.
Ca. 1980 - Doorbraak op het gebied van de diabetische complicatie aan ogen: retinopathie. Bijna alle mensen met diabetes krijgen daar vroeg of laat mee te maken. Het is een beschadiging van het netvlies, door hoge bloedglucosespiegels die de haarvaatjes zwakker maken. Met behulp van een laserstraal kan het netvlies worden geopereerd: coagulatie genoemd. De techniek was al in de jaren vijftig uitgevonden maar moest eerst nog verder worden onderzocht voor hij verantwoord op grote schaal kan worden toegepast. Het verschil in behandeling is spectaculair: voor de invoering van deze techniek werd de helft van de mensen met retinopathie binnen vijf jaar blind. Nu niet meer. Rond dezelfde tijd werd ook een andere soort oogoperatie uitgevonden, waarbij het ‘glasvocht’ in het oog wordt vervangen, dat vaak troebel is geworden waardoor mensen minder goed zien. Later onderzoek toonde weer aan dat die operatie alleen in uiterste gevallen moet worden uitgevoerd, want er is een risico op bloedingen die de zaak juist erger maken. De kennis die is opgedaan over retinopathie heeft onder andere geleid tot betere richtlijnen voor artsen over regelmatige controle van ogen.
Ca. jaren 80 - omslag in denken en advies over voeding van mensen met diabetes. Tot die tijd was het advies: suikervrij eten, op hele vaste tijdstippen en in letterlijk afgewogen hoeveelheden. Weinig koolhydraten, veel verzadigd vet. Vanaf de jaren tachtig werd geadviseerd om het aandeel (langzame) koolhydraten zoals uit volkorenbrood uit te breiden, mede in verband met studies die de gezondheidswaarde van koolhydraten en vezels aantoonden. Nog steeds wordt regelmaat en matiging aangeraden, maar speciale dieetproducten zijn niet meer nodig. Begeleiding door een diëtiste werd ook steeds gebruikelijker.
1982 - Drie wetenschappers (onder wie de Nederlander Drexhage) ontdekken dat type 1 diabetes ontstaat door een vergissing van het eigen immuunsysteem. Cellen die tot taak hebben om schadelijke infecties in het lichaam op te ruimen, richten zich opeens tegen de insulineproducerende bètacellen in de eilandjes van Langerhans en vernietigen ze. Dit is een belangrijke schakel voor verder onderzoek naar hoe deze vorm van diabetes ontstaat en hoe je daar wat aan zou kunnen doen.
1983 - Eerste synthetische insuline is beschikbaar, mogelijk gemaakt met behulp van DNA-technieken. Nu was het niet langer nodig om insuline van geslachte dieren te gebruiken.
1985 - eerste transplantatie van eilandjes van Langerhans bij een patiënt met type 1 diabetes die vanwege een niertransplantatie toch al anti-afstotingsmedicijnen moest slikken. De persoon had in het eerste jaar 75% minder insuline nodig dan voorheen. Daarna liep dat weer op.
Ca. 1985 - onderzoekers ontdekken hoe ze de aanloop tot nierschade bij mensen bij diabetes al heel vroeg kunnen zien aankomen. Ze kunnen in de urine van patiënten kleine deeltjes van het eiwit albumine aantonen. Nu kan eerder worden begonnen met behandeling van nierproblemen. Dat is nog moeilijk, maar in de jaren erna wordt hard verder gezocht naar behandelmogelijkheden. In 1987 ontdekt men dat medicijnen tegen hoge bloeddruk helpen om nierproblemen te vertragen. Ook zijn er aanwijzingen dat het beperken van eiwitrijke voeding het proces kan vertragen.
1986 - De insulinepen komt op de markt. Hij lijkt op een vulpen met patronen en is veel prettiger en eenvoudiger in het gebruik dan de injectiespuit. Nu kunnen mensen zich makkelijker tussendoor snel injecteren met insuline.
1988 - De arts Ricordi ontwikkelt een methode om grotere aantallen eilandjes van Langerhans te halen uit een donorpancreas. De methode wordt sindsdien over de hele wereld gebruikt en wordt ook wel het ‘Edmonton-protocol’ genoemd. Dankzij deze techniek is het mogelijk om op grotere schaal eilandjestransplantatie mogelijk te maken. Tot op heden is eilandjestransplantatie in een experimenteel stadium en nog niet beschikbaar als reguliere behandeling.
1990 - eilandjes van Langerhans kunnen ook in andere organen worden getransplanteerd dan in de pancreas, zo bleek bij een aantal patiënten die vanwege kanker geen pancreas meer hadden. Zo blijken ze in de lever ook hun insulineproducerende werk te kunnen doen.
Vanaf jaren 90 - wetenschappers verdiepten zich voor het eerst in de diabetische complicatie neuropathie: stoornissen in de zenuwbanen die kunnen leiden tot gevoelloosheid of juist pijn, orgaanproblemen zoals met maag-darmkanaal, erectiestoornissen (bij de helft van de mannen met diabetes). Een belangrijk gevolg van neuropathie kan bijvoorbeeld ook problemen met voeten en benen zijn. Er worden meer soorten neuropathie herkend, waardoor de diagnose beter te stellen is. Dat is belangrijk voor de prognose, sommige vormen kunnen herstellen en andere niet. Met kennis van die verschillende vormen kunnen weer gericht nieuwe medicijnen worden ontwikkeld. Dankzij meer kennis en het opzetten van voetenpoliklinieken is het aantal amputaties nog steeds verder aan het dalen. In de jaren tachtig heeft de Nederlander Bakker veel goed werk verzet om podotherapeuten in te schakelen voor de behandeling van voeten. Veel leed en kosten worden daarmee bespaard.
Jaren 90 - Er wordt niet alleen naar de ziekte diabetes onderzoek gedaan, maar ook naar de manier waarop patiënten worden behandeld. Het werd duidelijk dat diabetes geen verhaal is van ‘er is wat mis, je gaat naar de dokter, je wordt daar behandeld en je gaat weer weg’. Nee, mensen met diabetes doen 90% van hun behandeling zelf, en er wordt erkend dat ze wat dat betreft een gelijkwaardige partner zijn voor artsen.
1993 - Uit een groot onderzoek blijkt duidelijk dat intensieve behandeling van diabetes (bloedglucose stabiel houden en afstemmen op individueel eet- en beweegpatroon) het ontstaan van complicaties uitstelt en vertraagt. De kans op complicaties wordt daarmee soms wel 75% kleiner! Het gaat om de Diabetes Control and Complications Trial (DCCT).
1995 - Er komen medicijnen die het doorbreken van type 2 diabetes kunnen uitstellen of soms zelfs voorkomen. Het gaat om middelen die bij mensen die al hard op weg zijn om type 2 diabetes te krijgen, ervoor zorgen dat de achteruitgang van hun insulineproducerende bètacellen wordt tegengegaan.
Ca. 1995 - In Nederland wordt dankzij onderzoek naar de medische zorg voor diabetespatiënten officieel geconcludeerd dat diabeteszorg teamwork is. Er worden speciale diabetesverpleegkundigen ingezet, er worden patiënt-volgsystemen ontwikkeld. Dat wordt ook vastgelegd in diabetesrichtlijnen. Nog steeds is het systeem voor verbetering vatbaar, maar er wordt aan gewerkt. Dit type onderzoek is essentieel om dingen te kunnen veranderen in de zorg in Nederland, want beleid en actie komen er pas na tastbare onderzoeksresultaten.
1997 - Een nieuwe generatie medicijnen komt op die het lichaam gevoeliger maken voor insuline. Je hebt dan minder insuline nodig om (weer) hetzelfde glucoseverlagende effect te krijgen als voorheen.
1998 - Een groot Engels onderzoek toont aan hoe belangrijk stabiele bloedsuikers maar ook een goede bloeddruk is voor het voorkomen of uitstellen van complicaties bij type 2 diabetes. Het is de United Kingdom Prospective Diabetes Study (UKPDS). (Type 2)
1999 - Nederlandse onderzoekers tonen een verband aan tussen diabetes en het meer last krijgen van geestelijke achteruitgang bij het ouder worden. Dat komt voornamelijk door beschadiging van kleine bloedvaatjes in de hersenen door de schommelingen in het bloedsuikergehalte. In 2004 borduren buitenlandse onderzoekers op deze gedachte voort, en leggen een verband tussen diabetes, dementie en Alzheimer. De kans op dementie is zelfs twee keer zo groot als je al lang diabetes hebt. Nu dat bekend is, zoekt men naar medicijnen om die achteruitgang van de hersenen door diabetes tegen te gaan.
Eind jaren negentig en ca. 2000 - De Leidse immunoloog Bart Roep verricht baanbrekend werk op het gebied van het begrijpen van het ontstaan van type 1 diabetes. Deze vorm van diabetes ontstaat doordat het afweersysteem van het lichaam een vergissing maakt en zich opeens keert tegen de eigen eilandjes van Langerhans. De vernietigde eilandjes komen niet vanzelf terug, want het afweersysteem blijft die fout maken zodra er weer een nieuwe cel probeert te groeien. Het is de uitdaging om die fout in het afweersysteem te herstellen. Daar werkt Roep aan. Hij ontdekte dat een bepaald virus een rol kan spelen bij de ontsporing van het afweersysteem. Ook liet hij voor het eerst zien dat het hebben van auto-antilichamen (afweercellen tegen de eigen eilandjes) niet per definitie leidt tot diabetes, en omgekeerd: als ze niet eerst opduiken dan kan toch opeens diabetes ontstaan. Dit zijn internationale doorbraken waarvoor Roep in 2002 de prestigieuze Minkowski-prijs voor diabetesonderzoek krijgt.
2000 - Het verschijnsel ‘onbekende diabeet’ wordt bewezen: Nederlandse onderzoekers onder leiding van prof. Heine presenteren de opzienbarende resultaten van de ‘Hoornstudie’: daaruit kwam het statistische bewijs dat van alle mensen in Nederland die type 2 diabetes hebben, de helft het heeft zonder het te merken. Ze lopen er gemiddeld zeven jaar mee rond voor ze door klachten van complicaties (meestal ogen) bij de huisarts belanden. Een andere belangrijke ontdekking in dit onderzoek met grote gevolgen, is dat mensen die last hadden van het zogenoemde ‘metabool syndroom’, een combinatie van verhoogde bloedglucosewaarden, overgewicht, ongunstige vetwaarden in het bloed en insuline-ongevoeligheid, een veel hogere kans op type 2 diabetes hadden dan zij die alleen ongevoeliger waren voor insuline. Later bevestigt buitenlands onderzoek deze resultaten. Deze kennis is essentieel om type 2 diabetes beter te kunnen behandelen en misschien zelfs te kunnen voorkomen.
Ca. 2000 - Cholesterolverlagende middelen (statines) blijken bij iedereen en dus ook bij mensen met diabetes het risico op hart- en vaatziekten met een kwart te verminderen. Dit leidt tot het advies aan artsen om deze middelen voor te schrijven aan mensen met type 2 diabetes, die het grootste risico op hart- en vaatziekten hebben.
Vanaf 2000 - Dankzij onderzoek eind jaren negentig naar het psychisch welbevinden van mensen met diabetes, wordt nu erkend dat diabetes een behoorlijke psychische last met zich mee kan brengen. Het blijkt dat patiënten vaker last hebben van angst, stress en depressie dan andere mensen. De Nederlander Snoek draagt veel bij aan onderzoek op dit gebied, hij concludeerde dat er veel mensen met diabetes last hebben van depressie zonder dat dat officieel vastgesteld is. Ook wordt gewerkt aan manieren om mensen met diabetes beter te begeleiden. Dat geldt ook zeker voor tieners met diabetes, die het vaak moeilijk blijken te hebben.
2001 - Een studie onder duizenden mensen die al de eerste aanlooptekenen naar type 2 diabetes hebben, toont aan dat gezonder eten en meer lichaamsbeweging hun kansen op type 2 diabetes met de helft kan verkleinen. Deze Diabetes Prevention Study toonde ook aan dat behandeling met het bloedglucoseverlagende middel Metformine het risico bij deze groep ook kon verkleinen, maar minder effect had dan het meer bewegen en gezond eten.
2001 - ontdekking dat embryonale stamcellen kunnen veranderen in eilandjes van Langerhans die insuline produceren. Het gebruik van embryonale cellen is omstreden en daarom wordt het niet toegepast voor de behandeling van diabetespatiënten. Wel leren onderzoekers ervan hoe het werkt en proberen ze hetzelfde te bereiken met stamcellen die uit beenmerg van de patiënt zelf worden gehaald. In 2003 wordt ontdekt dat die beenmergcellen niet zelf kunnen veranderen, maar wellicht andere cellen kunnen helpen om insulineproducerende bètacel te worden.
2003 - Naast kortwerkende en middellangwerkende insuline (die in de jaren vijftig was uitgevonden), komt er ook langwerkende insuline beschikbaar voor de behandeling van diabetes. Daarmee wordt het makkelijker om gelijkmatigere bloedglucosespiegels door de dag heen te bereiken, in combinatie met de korter werkende insulinesoorten.
2004 - Een groep wetenschappers komt op het spoor van een mogelijke veroorzaker van type 2 diabetes bij mensen zónder overgewicht, namelijk een genetisch (erfelijk) defect op het niveau van de ademhaling van cellen, een biochemisch proces. Ook voor dit soort kennis geldt: als je begrijpt hoe iets komt, kun je denken over manieren om in te grijpen.
onderzoek in uitvoering - Op het moment zoekt men hard naar manieren om diabetes te voorkomen door medicijnen of voeding, of om diabetes te genezen. Wetenschappers zijn ervan overtuigd dat het in de toekomst ooit mogelijk zal zijn om alle kinderen te vaccineren tegen diabetes. Of om diabetes te genezen door ze nieuwe insulineproducerende cellen te geven met behulp van stamcellen. Ook wordt gewerkt aan betere technieken om eilandjes van Langerhans te kunnen transplanteren. En is men op zoek naar manieren om afstoting te voorkomen en nog beter, om de afweervergissing die leidt tot type 1 diabetes te herstellen. Ook veel aandacht is er voor het ontstaan en de werking van type 2 diabetes, omdat dat als een epidemie aan het oprukken is, zelfs al bij kinderen. Veel onderzoek dat nu gebeurt kun je met recht pionierswerk noemen. Net als ál die jaren geleden Langerhans en Banting ergens in geloofden waar niemand ooit aan had gedacht. Ze konden niet vermoeden waar hun werk toe zou leiden. Geld voor hun onderzoek kregen ze amper, maar met bijlegging van eigen vermogen zetten ze door. Diabetespatiënten van nu mogen hen daarvoor dankbaar zijn.